Gefascineerd door tegenstrijdigheden van nostalgie voor een plek waar ze enkel een bezoeker was, werpt ze voor het blauwe veld een nadere blik op haar verlangen naar een Portugal dat alleen lijkt te bestaan in de herinneringen aan zomers in het vissersdorp van haar vaders familie.

 

De Sardine spookt door de smalle straten van Olhão en baant zijn weg door alle wegen van het leven. De geur van bederf nog nooit zo aantrekkelijk als in de hallen van de visserskramen. Starend in zijn zilveren ogen, tot deze knipperen zullen. En hoe het zilver kleurt naar goud op het hete rooster van de barbecue, en de mensen zich verzamelen. Ik weet niet wat ze zeggen,  maar in mijn hoofd zijn het allemaal mooie woorden.

Boven het botergele bassin stopt het water niet met stromen. Te midden van het gemis staren de vissen naar zon.

Ik haal een net door de mythe van het paradijs van mijn verlangen. Uiteindelijk zijn de verdwaalde vissen de enige die overblijven.